Istiftah (De Opening van de smeekbede') #6

وَجَّهْتُ وَجْهِيَ لِلَّذِيْ فَطَرَ السَّمٰـوٰتِ وَالْأَرْضَ حَنِيْفًا وَّمَآ أَنَا مِنَ الْمُشْرِكِيْنَ ، إِنَّ صَلاَتِيْ وَنُسُكِيْ وَمَحْيَاىَ وَمَمَاتِيْ لِلّٰهِ رَبِّ الْعَالَمِيْنَ، لَا شَرِيْكَ لَهُ ، وَبِذٰلِكَ أُمِرْتُ وَأَنَا مِنَ الْمُسْلِمِيْنَ ، اَللّٰهُمَّ أَنْتَ الْمَلِكُ لَا إِلٰهَ إِلَّا أَنْتَ ، ‏أَنْتَ رَبِّيْ وَأَنَا عَبْدُكَ ، ظَلَمْتُ نَفْسِيْ وَاعْتَرَفْتُ بِذَنْبِيْ فَاغْفِرْ لِيْ ذُنُوْبِيْ جَمِيْعًا، إِنَّهُ لَا يَغْفِرُ الذُّنُوْبَ إِلَّا أَنْتَ ، وَاهْدِنِيْ لِأَحْسَنِ الْأَخْلَاقِ لَا يَهْدِيْ لِأَحْسَنِهَا إِلَّا أَنْتَ ، وَاصْرِفْ عَنِّيْ سَيِّئَهَا لَا يَصْرِفُ عَنِّيْ سَيِّئَهَا إِلَّا أَنْتَ ، لَبَّيْكَ وَسَعْدَيْكَ ، وَالْخَيْرُ كُلُّهُ فِيْ يَدَيْكَ ، وَالشَّرُّ لَيْسَ إِلَيْكَ ، أَنَا بِكَ وَإِلَيْكَ ، تَبَارَكْتَ وَتَعَالَيْتَ ، أَسْتَغْفِرُكَ وَأَتُوْبُ إِلَيْكَ.

Transliteratie

Wadjdjahtu wadjhiya lilladhie faṭaras-samaawaati wal-arḍa ḥaniefan wamaa anaa minal-mushrikien, Inna ṣalaatie wanusukie wamaḥyaaya wamamaatie lillaahi Rabbil-'aalamien, laa sharieka lah, wabidhaalika umirtu wa'anaa minal-muslimien, Allaahumma antal-Maliku laa ilaaha illaa ant, Anta Rabbie wa'anaa 'abduk, ḍhalamtu nafsie wa'taraftu bidhanbie faghfir lie dhunoebie djamie'aa, Innahu laa yaghfirudh-dhunoeba illaa ant, wahdinie li'aḥsanil-achlaaqi laa yahdie li'aḥsanihaa illaa ant, waṣrif 'annie sayyi'ahaa laa yaṣrifu 'annie sayyi'ahaa illaa ant, Labbayk wasa'dayk, wal-gairu kulluhu fie yadayk, wash-sharru laysa ilayk, Anaa bika wa'ilayk, Tabaarakta wata'aalayt, Astaghfiruka wa'atoebu ilayk.

Vertaling

Ik heb mijn gezicht gewend naar Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen, afgewend van alles wat vals is en mij overgegeven aan Allah, en ik behoor niet tot de afgodendienaars. Mijn salaah, mijn offer, mijn leven en mijn dood zijn allen voor Allah, de Heer van de werelden, Die geen deelgenoten heeft. Dit is mij bevolen, en ik behoor tot degenen die zich onderwerpen. O Allah, U bent de Koning, er is geen god die het recht heeft aanbeden te worden behalve U. U bent mijn Heer en ik ben Uw dienaar. Ik heb mezelf onrecht aangedaan en ik erken mijn zonden. Vergeef al mijn zonden, want niemand vergeeft zonden behalve U. Leid mij naar het beste karakter, want niemand leidt naar het beste ervan behalve U; en wend het slechte ervan van mij af, want niemand wendt het van mij af behalve U. Hier ben ik, Uw welbehagen zoekend en tot Uw dienst. Al het goede ligt in Uw handen en het kwaad wordt niet aan U toegeschreven. Mijn (bestaan, bescherming en succes) is van U en ik keer tot U terug. U bent de Meest Gezegende en de Meest Verhevene. Ik zoek Uw vergeving en toon berouw aan U.

Bron

‘Ali b. Aboe Taalib (radiy Allaahoe ‘anhoe) overlevert: “Wanneer de Boodschapper van Allah ﷺ opstond voor het gebed, zei hij: [het bovenstaande]. Wanneer hij de roekoe‘ verrichtte, zei hij: اَللّٰهُمَّ لَكَ رَكَعْتُ وَبِكَ اٰمَنْتُ وَلَكَ أَسْلَمْتُ خَشَعَ لَكَ سَمْعِي وَبَصَرِي وَمُخِّي وَعَظْمِي وَعَصَبِي (O Allah, voor U alleen heb ik gebogen in het gebed, in U alleen heb ik geloofd, en aan U alleen heb ik mij onderworpen. Mijn gehoor, gezichtsvermogen, verstand, botten en zenuwen zijn nederig voor U.) Wanneer hij zijn hoofd ophief uit de roekoe‘, zei hij: اَللّٰهُمَّ رَبَّنَا لَكَ الْحَمْدُ مِلْءَ السَّمَوَاتِ وَمِلْءَ الأَرْضِ وَمِلْءَ مَا بَيْنَهُمَا وَمِلْءَ مَا شِئْتَ مِنْ شَىْءٍ بَعْدُ (O Allah, onze Heer, voor U alleen is alle lof; lof die de hemelen vult, de aarde vult, wat tussen hen beiden is vult, en wat U daarna ook wenst vult.) Wanneer hij de sadjdah verrichtte, zei hij: اَللّٰهُمَّ لَكَ سَجَدْتُ وَبِكَ اٰمَنْتُ وَلَكَ أَسْلَمْتُ سَجَدَ وَجْهِي لِلَّذِي خَلَقَهُ وَصَوَّرَهُ وَشَقَّ سَمْعَهُ وَبَصَرَهُ تَبَارَكَ اللَّهُ أَحْسَنُ الْخَالِقِينَ (O Allah, voor U alleen heb ik mij neergeknield, in U alleen heb ik geloofd, en aan U alleen heb ik mij onderworpen. Mijn gezicht heeft zich neergeknield voor Degene Die het heeft geschapen en gevormd, en Die het gehoor en gezichtsvermogen erin heeft aangebracht. Gezegend is Allah, de Beste der Scheppers.) Het laatste wat hij zei na de tashahhoed en de salaam was: اَللّٰهُمَّ اغْفِرْ لِي مَا قَدَّمْتُ وَمَا أَخَّرْتُ وَمَا أَسْرَرْتُ وَمَا أَعْلَنْتُ وَمَا أَسْرَفْتُ وَمَا أَنْتَ أَعْلَمُ بِهِ مِنِّي أَنْتَ الْمُقَدِّمُ وَأَنْتَ الْمُؤَخِّرُ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ (O Allah, vergeef mij voor wat ik in het verleden heb gedaan en voor wat ik nog zal doen, voor wat ik in het verborgene heb gedaan en voor wat ik in het openbaar heb gedaan, voor mijn overschrijdingen en voor datgene waar U meer kennis over heeft dan ik. U bent Degene Die naar voren brengt en de Degene Die naar achteren plaatst, en er is geen god die het recht heeft aanbeden te worden behalve U.) (Moesliem 771)”

Deze dua altijd bij de hand?

Download de Smeekbeden-app met alle dua's, ook offline.

Download de app

Meer dua's in Gebed