Laatste 10 Verzen van Soerah Al-Imran

إِنَّ فِىْ خَلْقِ السَّمـٰوٰتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلٰـفِ الَّيْلِ وَالنَّهَارِ لاٰيٰاتٍ لِّأُولِى الْأَلْبَـٰبِ. الَّذِيْنَ يَذْكُرُوْنَ اللّٰهَ قِيَـٰمًا وَّقُعُوْدًا وَّعَلَىٰ جُنُوْبِهِمْ وَيَتَفَكَّرُوْنَ فِىْ خَلْقِ السَّمـٰوٰتِ وَالْأَرْضِ ، رَبَّنَا مَا خَلَقْتَ هَـٰذَا بٰطِلًا ، سُبْحٰنَكَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ. رَبَّنَآ إِنَّكَ مَنْ تُدْخِلِ النَّارَ فَقَدْ أَخْزَيْتَهُۥ ۖ ، وَمَا لِلظّـٰلِمِيْنَ مِنْ أَنصَارٍ. رَبَّنَآ إِنَّنَا سَمِعْنَا مُنَادِيًا يُّنَادِىْ لِلْإِيْمَـٰنِ أَنْ اٰمِنُوْا بِرَبِّكُمْ فَاٰمَنَّا ۚ ، رَبَّنَا فَاغْفِرْ لَنَا ذُنُوْبَنَا وَكَفِّرْ عَنَّا سَيِّـاٰتِنَا وَتَوَفَّنَا مَعَ الْأَبْرَارِ. رَبَّنَا وَاٰتِنَا مَا وَعَدْتَّنَا عَلَىٰ رُسُلِكَ وَلَا تُخْزِنَا يَوْمَ الْقِيـٰمَةِ ۗ ، إِنَّكَ لَا تُخْلِفُ الْمِيْعَادَ. فَاسْتَجَابَ لَهُمْ رَبُّهُمْ أَنِّىْ لَآ أُضِيْعُ عَمَلَ عَـامِلٍ مِّنْكُمْ مِّنْ ذَكَرٍ أَوْ أُنثَىٰ ۖ ، بَعْضُكُمْ مِّنۢ بَعْضٍ ۖ ، فَالَّذِيْنَ هَاجَرُوْا وَأُخْرِجُوْا مِن دِيَارِهِمْ وَأُوْذُوْا فِىْ سَبِيْلِىْ وَقٰتَلُوْا وَقُتِلُوْا لَأُكَفِّرَنَّ عَنْهُمْ سَيِّاٰتِهِمْ وَلَأُدْخِلَنَّهُمْ جَنَّـٰتٍ تَجْرِىْ مِنْ تَحْتِهَا الْأَنْهٰرُ ، ثَوَابًا مِّنْ عِندِ اللّٰهِ ۗ ، وَاللّٰهُ عِندَهُۥ حُسْنُ الثَّوَابِ. لَا يَغُرَّنَّكَ تَقَلُّبُ الَّذِيْنَ كَفَرُوْا فِىْ الْبِلَـٰدِ ، مَتاَعٌ قَلِيْلٌ ثُمَّ مَأْوٰهُمْ جَهَنَّمُ ۚ وَبِئْسَ الْمِهَادُ. لٰكِنِ الَّذِيْنَ اتَّقَوْا رَبَّهُمْ لَهُمْ جَنَّـٰتٌ تَجْرِىْ مِنْ تَحْتِهَا الْأَنْهٰرُ خٰلِدِيْنَ فِيْهَا نُزُلًا مِّنْ عِنْدِ اللّٰهِ ۗ ، وَمَا عِنْدَ اللّٰهِ خَيْرٌ لِّلْأَبْرَارِ. وَإِنَّ مِنْ أَهْلِ الْكِتٰبِ لَمَنْ يُّؤْمِنُ بِاللّٰهِ وَمَآ أُنْزِلَ إِلَيْكُمْ وَمَآ أُنْزِلَ إِلَيْهِمْ خٰشِعِيْنَ لِلّٰهِ لَا يَشْتَرُوْنَ بِاٰيٰتِ اللّٰهِ ثَمَنًا قَلِيْلًا ۗ ، أُولـٰٓئِكَ لَهُمْ أَجْرُهُمْ عِنْدَ رَبِّهِمْ ۗ ، إِنَّ اللّٰهَ سَرِيْعُ الْحِسَابِ. يَـٰٓأَيُّهَا الَّذِيْنَ اٰمَنُوا اصْبِرُوْا وَصَابِرُوْا وَرَابِطُوْا وَاتَّقُوا اللّٰهَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ.

Transliteratie

Inna fie galqies samawaatie wal ardie waghtilaafiel laylie wannahaarie la aayaatiel lioeliel albaab. Alladhiena yadhkoeroenallaaha qiyaamaw wa qoel'oedaw wa 'alaa djoenoebiehim wa yatafakkaroena fie galqies samawaatie wal ardie Rabbanaa maa galaqta haadha baatilaa, Subhaanaka faqinaa 'adhaabannaar. Rabbanaa iennaka man toedgieliennaara faqad agzaytah wa maa liedhaalimiena mien ansaar. Rabbanaa iennanaa sami'naa moenaadiyay yoenaadie liel iemaanie an aaminoe bie Rabbiekoem fa aamannaa; Rabbanaa faghfier lanaa dhoenoebanaa wa kaffier 'annaa sayyiaatinaa wa tawaffanaa ma'al abraar. Rabbanaa wa aatinaa maa wa'adttanaa 'alaa roesoelika wa laa toegzinaa Yawmal Qiyaamah; iennaka laa toeglieloel mie'aad. Fastadjaaba lahoem Rabboehoem annie laa oedie'oe 'amala 'aamiliem mienkoem mien dhakariw woenthaa ba'doekoem miem ba'dien falladhiena haadjarooe wa oegriedjoe mien diyaariehiem wa oedhoe fie sabielie wa qaataloe wa qoetiloe laoekaffieranna 'anhoem sayyiaatiehiem wa laoedgielannahoem Djannaatinn tadjrie mien tagtiehal anhaara thawaabam mien 'iendillaah; wallaahoe 'iendahoe hoesnoeththawaab. Laa yaghoerrannaka taqalloeboelladhiena kafarooe fiel bilaad. Mataa'oen qaliel; thoemma ma'waahoem Djahannam; wa bie'sal miehaad. Laakienilladhienat taqaw Rabboehoem lahoem Djannaatoen tadjrie mien tagtiehal anhaaro galidiena fieha noezoelam mien 'iendillaah, wa maa 'iendallaahie gayroel liel abraar. Wa inna mien Ahliel Kietaabie lamay yoeminoe biellaahie wa maa oenziela ielaykoem wa maa oenziela ielayhiem gaashie'eena liellaahie laa yashtaroona bie aayaatiellaahie thamanan qalielaa; oelaa'ika lahoem adjroehoem 'ienda Rabbiehie; iennallaaha sarie'oel hiesaab. Ya ayyuhalladhiena aamanusbiroe wa saabiroe wa raabitoe wattaqullaaha la'allakum toefliehoen.

Vertaling

Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en de afwisseling van de nacht en de dag zijn zeker tekenen voor mensen van begrip. (3:190) (Zij zijn) degenen die Allah gedenken terwijl zij staan, zitten en op hun zij liggen, en nadenken over de schepping van de hemelen en de aarde (zeggende): "Onze Heer! U heeft dit (alles) niet zonder doel geschapen. Glorie zij U! Bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur. (3:191) Onze Heer! Voorwaar, wie U het Vuur doet binnengaan, die heeft U (volledig) vernederd! En de onrechtplegers zullen geen helpers hebben. (3:192) Onze Heer! Voorwaar, wij hebben een roeper gehoord die opriep tot het geloof (zeggende): ‘Geloof in jullie Heer (alleen),’ en wij geloofden. Onze Heer! Vergeef ons onze zonden, wis onze wandaden uit en laat ons sterven met de deugdzamen. (3:193) Onze Heer! Schenk ons wat U ons beloofd heeft via Uw boodschappers en breng ons niet tot schande op de Dag der Opstanding – voorzeker, U faalt nooit in Uw belofte.” (3:194) Daarop verhoorde hun Heer hen (zeggende): “Ik zal het werk van geen enkele werker onder jullie verloren laten gaan – of het nu een man of een vrouw is. Jullie zijn gelijk aan elkaar (in beloning). Degenen die migreerden of uit hun huizen werden verdreven, en die werden vervolgd om Mijnentwille en vochten en (sommigen van hen) werden gedood – Ik zal zeker hun zonden kwijtschelden en hen toelaten tot Tuinen waar de rivieren onderdoor stromen, als een beloning van Allah. En bij Allah is de mooiste beloning!” (3:195) Laat je niet misleiden door het succes van de ongelovigen in het land. (3:196) Het is slechts een kortstondig genot. Daarna zal de Hel hun tehuis zijn – wat een slechte rustplaats! (3:197) Maar degenen die hun Heer vrezen, voor hen zijn er Tuinen waar de rivieren onderdoor stromen, om daar voor eeuwig te verblijven – als een gastverblijf van Allah. En wat bij Allah is, is het beste voor de deugdzamen. (3:198) En voorwaar, onder de Mensen van het Boek zijn er die werkelijk in Allah geloven en in wat aan jullie is neergezonden en wat aan hen is neergezonden. Zij vernederen zich voor Allah en ruilen de tekenen van Allah niet in voor een geringe prijs. Zij zijn degenen voor wie hun beloning bij hun Heer is. Voorwaar, Allah is snel in de afrekening. (3:199) O gelovigen! Heb geduld, wees volhardend, wees waakzaam en vrees Allah, opdat jullie mogen slagen. (3:200)

Bron

Abdullah b. Abbas (radiy Allahu 'anhuma) leverde over dat hij de nacht doorbracht in het huis van Maymunah (radiy Allahu 'anha), de vrouw van de Profeet ﷺ, die zijn tante was. (Hij zei): "Ik lag in de breedte terwijl de Boodschapper van Allah ﷺ en zijn vrouw in de lengte van het kussen lagen. De Boodschapper van Allah ﷺ sliep tot het midden van de nacht, of iets daarvoor of iets daarna, en werd toen wakker. Hij wreef de sporen van de slaap met zijn handen van zijn gezicht. **Daarna reciteerde hij de laatste tien verzen van Soera Al-Imran**. Vervolgens stond hij op en ging naar een hangende waterzak. Hij verrichtte de wudoe' daaruit en hij vervolmaakte zijn wudoe', en stond toen op om het gebed te verrichten. Ik stond ook op en deed hetzelfde als de Profeet ﷺ had gedaan. Toen ging ik naast hem staan. Hij plaatste zijn rechterhand op mijn hoofd en pakte mijn rechteroor vast, terwijl hij eraan trok (om hem van de linkerkant naar de rechterkant te verplaatsen, of om hem te helpen zich minder slaperig te voelen). Hij bad twee rak'ahs, dan twee rak'ahs, dan twee rak'ahs, dan twee rak'ahs, dan twee rak'ahs, dan twee rak'ahs (oftewel 12 in totaal), en daarna één rak'ah (het witr-gebed). Daarna ging hij weer liggen totdat de mu'adhdhin naar hem toe kwam, waarop de Profeet ﷺ opstond, twee lichte rak'ahs bad en naar buiten ging om het ochtendgebed te verrichten. (Bukhari 183)

Deze dua altijd bij de hand?

Download de Smeekbeden-app met alle dua's, ook offline.

Download de app

Meer dua's in Wakker worden